horse

Alles over

Paarden

Tandheelkunde

In de natuur eten paarden voortdurend. De tanden zijn gewend om continu op harde schors van bomen of stengels te kauwen. Sinds de oertijd is er bijna niets veranderd aan het gebit van paarden. Door de huidige leefgewoontes kunnen er onregelmatigheden in het gebit ontstaan. Omdat het paardengebit continu doorgroeit (zo’n 3 mm per jaar) en niet meer voldoende afslijt, kunnen er haken en scherpe punten ontstaan. Hierdoor kan het paard niet meer goed malen. In het ergste geval raken de kaken op slot. Door een jaarlijkse of halfjaarlijkse controle kunt u deze problemen voorkomen. Paarden en pony's kunnen bij onze paardentandartsen Jutta Klompmaker, Laura Rolfes en Annemiek Keus terecht voor onderhoud aan en behandeling van het gebit.

Herken gebitsproblemen!

Gebitsaandoeningen kunnen leiden tot verschillende soorten klachten. Symptomen en meest voorkomende problemen:

  • Vermageren
  • Voerproppen laten vallen
  • Problemen met het bit in doen
  • Rijproblemen
    (bv. problemen in de aanleuning, steigeren, tong laten hangen, het paard komt in verzet)
  • Grotere kans op verteringsproblemen en koliek
  • Verdikking van boven- en onderkaak
  • Neusuitvloeiing aan één kant
  • Speekselen.

Als u één van deze symptonen bij uw paard ziet, neem dan contact met ons op.

Behandeling

Voor elke behandeling nemen wij de voorgeschiedenis door en onderzoeken het paard grondig. Het resultaat hiervan wordt besproken met de eigenaar. Wanneer een behandeling nodig is, is ook sedatie noodzakelijk. Allereerst worden de snijtanden geslepen en eventueel gecorrigeerd. Daarna wordt de kaak behandeld met behulp van een mondsperder. Wij werken met speciale raspen, deze zijn door jarenlange ervaring ontwikkeld en met de hand gemaakt. Bij de machinale instrumenten wordt een waterkoeler aangesloten, dit om de tanden tegen de hitte van de machine te beschermen. Voor elk gebied in de mond bestaat een speciaal instrument. Een afspraak voor een behandeling kan worden gemaakt op de locatie Hardenberg of Wilsum.

Wisselen

Het wisselen van de melktanden bij een paard verloopt volgens een vastgesteld tijdschema en begint op een leeftijd van 2,5 jaar en duurt tot 4,5 jaar. In deze periode wisselt het paard in totaal 24 tanden. Veel paarden worden in deze periode zadelmak gemaakt. Hier dient u rekening mee te houden. Op de leeftijd van 5 jaar is het gebit volledig gewisseld (36-40 tanden). Het wisselen kondigt zich meestal aan doordat er bulten aan de onderkaak ontstaan. Normaal gesproken drukt de blijvende tand de melktand eruit. Als dit niet goed verloopt, kan de tand beschadigen. Daarom is het zeer belangrijk om jonge paarden halfjaarlijks te laten controleren op melktanden (doppen).

Wolfstanden

Wolfstanden komen relatief vaak voor. Deze komen op een leeftijd van 6 tot 8 maanden door. Ze liggen voor de eerste kies en bestaan in verschillende vormen en maten. Dit kan voorkomen aan één kant van het gebit, beide kanten, boven en/of onder. Soms komt het voor dat de wolfstand niet doorkomt en dus onder het tandvlees blijft zitten. Belangrijk is dat de wolfstand verwijderd wordt voordat het bit de eerste keer gebruikt wordt. Dit omdat bij iedere beweging het bit op de tand drukt.

Snijtanden

De snijtanden zijn belangrijk voor het gehele kauwsysteem. Bij onvoldoende afslijting van de snijtanden worden deze te lang. Hierdoor kunnen de kiezen niet goed op elkaar aansluiten. De snijtanden komen door te veel druk naar voren waardoor zwellingen/ontstekingen van het tandvlees ontstaan. Dit zijn voortekenen van gebitsproblemen, bijvoorbeeld tandsteen, gebroken tandkas, vroegtijdig verlies van tanden en/of kiezen. Om dit te voorkomen korten we de snijtanden in.

Media