cat

Alles over

Katten

Echografie

Bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven (ultrasound) en wordt zo een beeld gevormd van inwendige structuren/organen. Het is een veilige methode waar uw kat geen nadelen van ondervindt en kan dus meerdere keren herhaald worden.

Met een transducer(echokop) worden geluidsgolven uitgezonden. Door deze op bijvoorbeeld de buik te houden worden de geluidsgolven teruggekaatst door organen/structuren. Op deze manier wordt er een beeld gevormd. Water/vocht laten alle golven door en zijn dus zwart op het beeld. Lucht en bot reflecteren alle geluidsgoven en zijn dus wit op het echobeeld. Voor lucht-houdende organen en botten zijn de röntgenfoto’s dus meer geschikt. Ook structuren die over elkaar heen liggen zijn niet altijd goed van elkaar te onderscheiden op echo. Soms is het nodig zowel een echo als een röntgenfoto te maken om zoveel mogelijk informatie te verzamelen.

Buikecho


Een buikecho is één van de belangrijkste methodes om de inwendige organen te onderzoeken. Via een buikecho kunnen wij de lever, nieren, milt, blaas, maag, darmen, baarmoeder en andere buikorganen goed in beeld brengen. Hierdoor zijn vele (niet alle) afwijkingen op echografie te zien. Een buikecho geeft in de regel meer informatie dan een röntgenfoto van de buik. Bij sommige veranderingen is het nodig verder onderzoek te doen door bijvoorbeeld wat materiaal op te zuigen. Dit kan door middel van een punctie. Met een dunne naald wordt dit materiaal opgezogen. Meestal reageren dieren hier niet op. Het materiaal wordt naar een laboratorium gestuurd voor beoordeling.

Hoe gaat een echo in zijn werk?

Tijdens het onderzoek kunt u meestal bij uw kat blijven. De meeste dieren laten de echo gemakkelijk toe en hoeven dus geen narcose. Voorafgaande aan het onderzoek zal uw dier worden geschoren, omdat de echo door lucht tussen de haren een slecht beeld geeft. Op de kale huid wordt dan een speciale gel aangebracht die zorgt voor een goed contact met de echokop van het echo-apparaat. De positie van uw dier is afhankelijk van het lichaamsdeel wat onderzocht moet worden. Dit kan variëren van zijligging en rugligging tot staand.